Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2006-2009 vanwege niet aangegeven buitenlandse bankrekeningen in Turkije. De Inspecteur kende een forfaitaire vergoeding toe voor de bezwaarprocedure, maar belanghebbende vorderde integrale vergoeding van de werkelijke kosten en schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat belanghebbende geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die een hogere vergoeding rechtvaardigen. De Inspecteur had niet kunnen weten dat de navorderingsaanslagen geen stand zouden houden, omdat de exacte hoogte van de in Turkije geheven belasting niet bekend was. Bovendien is het beroep ongegrond verklaard, waardoor geen grond bestaat voor schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro.
Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen reden voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Het hoger beroep is derhalve ongegrond verklaard en de beschikking van de Inspecteur gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de Inspecteur tot forfaitaire vergoeding gehandhaafd.