In deze civiele zaak stond centraal of de koopovereenkomst van postzegels kwalificeert als consumentenkoop en of de vordering tot betaling van de koopprijs was verjaard. De appellant had postzegels gekocht op een veiling en de factuur niet betaald. De geïntimeerde vorderde nakoming en betaling van de koopprijs met rente en kosten.
Het hof stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing was. Het geschil draaide om de vraag of appellant als consument handelde, wat het hof bevestigde op basis van de omstandigheden, waaronder het privé-adres en het tijdstip van oprichting van de eenmanszaak.
De verjaringstermijn van twee jaar voor consumentenkoop was van toepassing. De verjaring begon op de factuurdatum 9 november 2011 en eindigde derhalve op 9 november 2013. De geïntimeerde stelde dat zij de verjaring had gestuit door herinneringen en aanmaningen te sturen, maar kon dit niet voldoende bewijzen. De stuitingsbrief van 14 september 2015 kwam te laat. Daarom was de vordering verjaard.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering af. De geïntimeerde werd veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.