Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Coöperatief MSB Atrium-Orbis U.A.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,hierna: “het MSB”
Stichting Zuyderland Medisch Centrum,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: “Zuyderland”
1.[geïntimeerde] ,wonende te [woonplaats] ,hierna: “ [geïntimeerde] ”
[beheer] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: “ [beheer] Beheer”
5.Het verloop van de procedure
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-formulier van 5 maart 2018 door MSB c.s. toegezonden producties, die bij pleidooi in het geding zijn gebracht (de daarbij overgelegde akte met inhoud is door het hof geweigerd).
6.De beoordeling
Het lidmaatschap eindigt:
door opzegging van het Lid;
door opzegging van de Coöperatie;
door ontzetting;
door overlijden.
Opzegging van het Lidmaatschap door een Vrijgevestigd Lid of door de Coöperatie aan een Vrijgevestigd Lid omvat mede de opzegging van het lidmaatschap van dat Lid, waarbij de opzegtermijn in de Ledenovereenkomst van overeenkomstige toepassing is op de opzegging van het lidmaatschap. (…).
(…).
(…).
In afwijking van het voorgaande, kan opzegging van het lidmaatschap van een Lid door de Coöperatie plaatsvinden met onmiddellijke ingang, indien de Ledenovereenkomst tussen het Lid en de Coöperatie is geëindigd. (…).”
indien het Lid en/of de Medisch Specialist ondanks waarschuwing ernstig in verzuim blijft in de nakoming van deze Ledenovereenkomst en/of de Samenwerkingsovereenkomst;
(…);
(…);
indien het Lid en/of de Medisch Specialist aanwijzingen ter zake van de Opdracht als bedoeld in artikel 7:402 BW Pro vanuit het MSB en/of de Opdrachtgever niet in acht neemt;
indien door gebrek aan samenwerking van de Medisch Specialist binnen de onderneming van de Opdrachtgever, het MSB en/of de Vakgroep verdere uitvoering van de Opdracht door het Lid bij het MSB redelijkerwijs van het MSB niet kan worden gevergd;
(…);
(…);
(…);
(…);
Op grond van (overige) omstandigheden, welke van dien aard zijn dat redelijkerwijs van het MSB niet kan worden verlangd de Ledenovereenkomst met het Lid ongewijzigd in stand te houden. (…).
De in deze Samenwerkingsovereenkomst geformuleerde dan wel uit de wet voortvloeiende gedragsnormen voor de Leden en de andere natuurlijke personen die door het MSB worden ingezet, vormen verplichtingen van het MSB en de Leden jegens de instelling. Ter zake van de (niet-)naleving van deze gedragsnormen kan de inrichting zich richten tot zowel het MSB als rechtstreeks tot de leden. Het MSB staat er jegens de instelling voor in dat de Leden de verplichtingen nakomen, welke in dit kader ten aanzien van hen (zowel direct als indirect) in deze Samenwerkingsovereenkomst zijn opgenomen.
De instelling kan het MSB en de Leden aanwijzingen geven, alsmede aanwijzingen als bedoeld in lid 8, 9 en 10, omtrent de kwaliteit, veiligheid, organisatie en administratie van de zorg door het MSB, haar Leden en haar personeel. De aanwijzingen hebben geen betrekking op de medisch inhoudelijke zorg aan individuele patiënten, en treden niet in de verantwoordelijkheid van de Individuele Leden die voortvloeit uit de voor hen geldende en breed gedragen Professionele standaard.
(…)
(…)
Het MSB en de Leden nemen bij de uitoefening van hun werkzaamheden, taken en bevoegdheden de aanwijzingen in acht.(…)
De instelling kan - behoudens in spoedeisende gevallen waarbij overleg niet mogelijk is - na overleg met het bestuur MSB een Lid, of een ander natuurlijke persoon die door het MSB wordt ingezet, de toegang tot de instelling ontzeggen op grond van omstandigheden van zo ernstige aard dat aanwezigheid en / of het verrichten van enige werkzaamheid door dat Lid of die andere natuurlijke persoon in de Instelling niet langer kan worden geaccepteerd. (…).”
Er worden regels opgesteld met betrekking tot respectvolle omgangsvormen en communicatie binnen de maatschap.
b.een verklaring voor recht dat [geintimeerden c.s.] vanaf 7 september 2015 onverminderd lid is gebleven van het MSB en de Ledenovereenkomst en de Samenwerkingsovereenkomst onverminderd van kracht zijn;
c.een verklaring voor recht dat de toegangsontzegging door Zuyderland van 7 september 2015 nietig is, althans deze te vernietigen, althans voor recht te verklaren dat dit besluit niet op goede gronden is genomen en daarom niet tot een toegangsontzegging heeft geleid;
d.een verklaring voor recht dat het MSB haar verplichtingen jegens [geintimeerden c.s.] op basis van de Ledenovereenkomst en de Statuten en de Samenwerkingsovereenkomst vanaf 7 september 2015 onverminderd dient na te komen, totdat er een rechtsgeldig einde is gekomen zowel aan de ledenovereenkomst tussen partijen als het lidmaatschap van [geintimeerden c.s.] van het MSB;
e.een verklaring voor recht dat Zuyderland gehouden is om [geïntimeerde] toegang tot het ziekenhuis / de ziekenhuislocaties van Zuyderland te verlenen en hem in staat te stellen om zijn werkzaamheden als radioloog en zijn praktijk van daaruit uit te oefenen, totdat er een rechtsgeldig einde is gekomen zowel aan de Ledenovereenkomst als het lidmaatschap van [geintimeerden c.s.] van het MSB,
f.veroordeling van het MSB c.s. hoofdelijk om – binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis – [geintimeerden c.s.] in staat te stellen het beroep van medisch specialist radioloog ongehinderd en in volle omvang bij MSB c.s. uit te oefenen, op straffe van een dwangsom van € 10.000, per dag voor elke dag dat MSB en/of Zuyderland hiermee in gebreke blijft;
g.veroordeling van MSB c.s. hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geintimeerden c.s.] te vergoeden de schade die zij hebben geleden, lijden en nog zullen lijden, op de gronden zoals omschreven in het lichaam der dagvaarding, welke schade nader is op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Daarnaast moeten de leden van de maatschap elkaar correct en fatsoenlijk gaan aanspreken en niet zoals nu vaak verwoord is “op een achterbakse wijze”, “laag en onbeschoft” over iemand praten of over iemand praten met als doel de ander te beschadigen. Classificaties als “Autist, Klootzak, Dom, Sufferds, Lui, te oud, Incompetent” dragen niet bij (…).” in het bijzonder betrekking had op [geïntimeerde] , althans past bij de wijze waarop [geïntimeerde] gewend is zich uit te laten over anderen en dat [geïntimeerde] zich dit onderdeel van de aanwijzing in het bijzonder moest aantrekken.
Reeds vanaf het begin van mijn opdracht ondervind ik geen constructieve medewerking van heer [geïntimeerde] , sterker nog, het is meer tegenwerking dan medewerking. De wijze waarop heer [geïntimeerde] ten opzichte van mij acteert ondermijnt mijn positie als interim-manager in ernstige mate. (…).Ik zie geen mogelijkheden om heer [geïntimeerde] hierin te corrigeren, mede gelet op de attitude die heer [geïntimeerde] jegens mij tentoonspreidt.”, maar concrete feiten waaruit blijkt dat [geïntimeerde] [externe begeleider] bij de uitvoering van zijn opdracht heeft tegengewerkt vermeldt [externe begeleider] niet. Ook is gesteld noch gebleken dat [externe begeleider] enige poging heeft ondernomen om [geïntimeerde] in de hem verweten attitude jegens [externe begeleider] (en anderen) te corrigeren, iets wat in het kader van de aan [externe begeleider] verstrekte opdracht wel van hem mocht worden verwacht. [geïntimeerde] heeft onweersproken gesteld dat hij [externe begeleider] in de drie maanden dat deze bij de maatschap aan het werk was, niet – anders dan in de maatschapvergadering – gesproken heeft.
Het hof is van oordeel dat er door MSB c.s. onvoldoende concreet onderbouwde feiten zijn aangevoerd, waaruit de conclusie volgt dat [geïntimeerde] de aanwijzing (die aan de hele maatschap en alle maten was gericht) niet in acht heeft genomen. De vraag (die [geïntimeerde] heeft opgeworpen) of er wel sprake was van een aanwijzing als omschreven in het functioneringsreglement waarnaar art. 8 lid 1 van Pro de samenwerkingsovereenkomst verwijst, kan onbeantwoord blijven.