ECLI:NL:GHSHE:2018:1664
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging ouderlijk gezag vader over minderjarige na langdurige uithuisplaatsing
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die het ouderlijk gezag van de vader en moeder over hun minderjarige kind heeft beëindigd. Het kind is sinds 2012 uit huis geplaatst en woont sinds 2015 in een gezinshuis. De vader is niet de biologische vader en heeft een beperkte rol in het leven van het kind.
De vader betwist de beëindiging van zijn gezag en stelt dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar zijn mogelijkheden tot verzorging en opvoeding. De raad en de gecertificeerde instelling betwisten dit en benadrukken de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en het onvermogen van de vader om binnen een aanvaardbare termijn de opvoeding op zich te nemen.
Het hof overweegt dat het kind sinds jonge leeftijd is blootgesteld aan huiselijk geweld en dat de vader slechts beperkte en begeleide omgang heeft gehad. De vader krijgt begeleiding vanwege een stoornis in het autistisch spectrum en hersenletsel. Het hof acht de wens van de vader om het gezag te behouden niet realistisch en benadrukt het belang van duidelijkheid voor het kind na ruim zes jaar uit huis geplaatst te zijn.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het beroep van de vader af. De omgangsregeling blijft gehandhaafd en de juridische band tussen vader en kind blijft bestaan, ondanks de beëindiging van het gezag.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over de minderjarige en wijst het beroep van de vader af.