Appellant was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die tot 28 februari 2018 was verlengd. De rechtbank had geoordeeld dat appellant toerekenbaar tekortgeschoten was in de nakoming van verplichtingen, met name door het niet tijdig voldoen van boedelachterstand en bewindvoerderssalaris, en had daarom geen schone lei verleend.
Appellant ging in hoger beroep en stelde dat hij door een misverstand en betalingsachterstanden als ZZP’er niet tijdig kon betalen, maar de achterstanden inmiddels volledig had ingelopen en geen nieuwe schulden had gemaakt. Tevens was appellant niet op de hoogte gesteld van een eindzitting vanwege postbezorgingsproblemen.
De bewindvoerder bevestigde dat appellant de boedelachterstand en het salaris inmiddels had voldaan en dat schuldeisers niet benadeeld waren door het niet tijdig informeren. Het hof oordeelde dat de informatieplicht gedurende de verlengde regeling wel van kracht bleef, maar dat de tekortkoming gezien de geringe betekenis buiten beschouwing kon blijven.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, bepaalde dat appellant niet tekortgeschoten was in de nakoming van zijn verplichtingen en verleende alsnog de schone lei. De toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst.