ECLI:NL:GHSHE:2018:168
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging einde schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei wegens toerekenbare tekortkoming
Appellant is in 2012 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, die in 2015 met twee jaar werd verlengd. De rechtbank oordeelde dat appellant toerekenbaar tekort is geschoten door het ontstaan van een nieuwe schuld van ruim €16.000,- aan achterstallige kinderalimentatie, waardoor geen schone lei werd verleend.
Appellant voerde aan dat hij alles had gedaan om nihilstelling van de alimentatieverplichtingen te verkrijgen, onder meer via procedures in België, en dat de schuld niet aan hem toe te rekenen was. Hij stelde ook dat betalingen via een Belgische instantie (DAVO) de schuld zouden compenseren, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De bewindvoerder stelde dat appellant herhaaldelijk was aangespoord om actie te ondernemen, maar dit niet tijdig deed. Het hof stelde vast dat appellant ruim 22 maanden wachtte met het opnieuw indienen van een verzoek tot nihilstelling en dat de schuld gedurende de maximale looptijd van de regeling opliep.
Het hof verwierp de stellingen van appellant wegens gebrek aan bewijs en onvoldoende medewerking. Gezien de omstandigheden oordeelde het hof dat de tekortkoming toerekenbaar was en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om deze buiten beschouwing te laten. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toekenning van een schone lei wegens toerekenbare tekortkoming.