ECLI:NL:GHSHE:2018:170
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens bedreiging ontwikkeling minderjarigen
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant tot beëindiging van haar ouderlijk gezag over twee minderjarigen, geboren in 2005 en 2006. De minderjarigen verblijven sinds 2015 bij de vader en staan onder toezicht van de GI, met verlenging van de ondertoezichtstelling tot december 2017. De moeder betoogt dat de veiligheid en stabiliteit van de kinderen voldoende gewaarborgd zijn en dat zij betrokken moet blijven bij hun zorg.
De raad en de vader stellen dat de moeder haar verantwoordelijkheid onvoldoende neemt, traag reageert op noodzakelijke instemmingen en dat haar persoonlijke problematiek de ontwikkeling van de kinderen bedreigt. De GI benadrukt de kwetsbaarheid van de kinderen en het belang van stabiliteit, waarbij het gedrag van de moeder het belang van de minderjarigen ondermijnt.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:266 BW Pro het gezag kan worden beëindigd indien de ontwikkeling van de minderjarigen ernstig wordt bedreigd en de ouder niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kan dragen. Gezien de langdurige problematiek van de moeder, het ontbreken van perspectief op verbetering en de noodzaak van duidelijkheid en stabiliteit voor de kinderen, is beëindiging van het gezag gerechtvaardigd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank en benadrukt het belang van een opvoedingsomgeving die aansluit bij de specifieke behoeften van de minderjarigen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarigen wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.