Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
exartikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 12-715579-11 tegen:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard in de ontnemingsvordering tot het vaststellen en betalen van wederrechtelijk verkregen voordeel van €228.117,39.
De advocaat-generaal vorderde vernietiging van het vonnis en ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, met terugwijzing van de zaak naar de rechtbank. De verdediging verzocht bevestiging van het vonnis, stellende dat er geen eerlijk proces was in de hoofdzaak zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat de redenering van de rechtbank omtrent niet-ontvankelijkheid niet standhoudt in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad over artikel 359a Sv. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk en vernietigde het vonnis, waarna de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant voor verdere behandeling conform het arrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof verklaart de officier van justitie ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank.