ECLI:NL:GHSHE:2018:1937
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging ondertoezichtstelling minderjarige afgewezen
De moeder van de minderjarige heeft in hoger beroep verzocht om vernietiging van de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin de ondertoezichtstelling van haar kind werd verlengd tot 13 september 2018. De gecertificeerde instelling (GI) heeft geen schriftelijk verweer gevoerd, maar was wel vertegenwoordigd bij de mondelinge behandeling. De minderjarige is gehoord en partijen hebben hun standpunten toegelicht.
De moeder betoogde dat de GI zich niet meer bezighoudt met het tot stand brengen van omgang tussen de minderjarige en de vader, dat er geen sprake is van een ontwikkelingsbedreiging, en dat de moeder met uitsluiting van de vader het ouderlijk gezag uitoefent. De minderjarige ontwikkelt zich goed, zonder psychopathologie of problemen, en wordt adequaat begeleid door de moeder en school.
Het hof overweegt dat de ondertoezichtstelling thans alleen nog gericht is op het borgen van hulpverlening in een vrijwillig kader. De GI gaf aan dat zij alleen nog een vertrouwenspersoon voor de minderjarige zoekt en niet om verlenging zal verzoeken. Het hof concludeert dat onvoldoende gronden bestaan voor verlenging van de ondertoezichtstelling en wijst het verzoek van de GI af.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen met ingang van 3 mei 2018. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en een afschrift wordt toegezonden aan het centraal gezagsregister.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af wegens het ontbreken van een ontwikkelingsbedreiging.