Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/305374 / HA ZA 15-631)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
rechtstreeksuit een toen bestaande rechtsverhouding zou verkrijgen. Als de rechtsverhouding waaruit de aanspraak op de beëindigingsvergoeding voortkomt, is volgens [geïntimeerde] alleen de beëindigingsovereenkomst zelf aan te merken en die bestond nog niet ten tijde van het executoriaal beslag door [appellante] , terwijl uit de rechtsverhouding die toen wel bestond, de arbeidsovereenkomst, die aanspraak niet rechtstreeks voortvloeit. De vraag is daarom hoe in dit geval artikel 475 lid 1 Rv Pro begrepen dient te worden.
bestaandevorderingen treft. Wel heeft de Hoge Raad ten aanzien van de vraag of een vordering reeds bestaat in zoverre blijk gegeven van een ruime opvatting dat daartoe voldoende is dat de vordering haar “onmiddellijke grondslag” vindt in een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding (H.R. 25 februari 1932, N.J. 1932, 301).” (MvA II, Parl Gesch. blz. 157).
rechtstreeksvoort.