In deze ontnemingszaak gaat het om het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €14.676,- wegens de verkoop van het geneesmiddel Stimuflow zonder handelsvergunning in de periode 2011-2012.
Het hof heeft het bewijs onderzocht, waaronder facturen, voorraadverschillen en een ontnemingsrapport. De verdediging voerde aan dat een deel van de voorraad was gestolen en dat beslaglegging op eigendommen tot grote schade had geleid, wat matiging van de betalingsverplichting zou rechtvaardigen. Het hof achtte de verklaring over de diefstal voldoende aannemelijk en betrok deze voorraad niet bij de voordeelsberekening.
De verkoopfacturen en kosten werden nauwkeurig geanalyseerd, waarbij het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel op €4.147,65 stelde, aanzienlijk lager dan de rechtbank. Het hof wees het verzoek tot matiging vanwege beslaglegging af en legde de betalingsverplichting aan de veroordeelde op, gelet op diens draagkracht en de wettelijke verjaringstermijnen.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het ontnemingsbedrag werd vastgesteld en de betalingsverplichting werd opgelegd.