ECLI:NL:GHSHE:2018:2027
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis bij verdenking mensensmokkel
In deze zaak is door de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, waarbij de voorlopige hechtenis van verdachte werd geschorst onder algemene voorwaarden. Verdachte wordt verdacht van mensensmokkel door asielzoekers uit het buitenland bij te staan en te adviseren, wetende dat hun toegang tot Nederland wederrechtelijk zou zijn.
De rechtbank had de voorlopige hechtenis bevolen vanwege ernstige bezwaren en het risico op herhaling, maar deze geschorst onder voorwaarden. De officier van justitie betoogde dat schorsing niet aan de orde was gezien de aard van de feiten en dat verdachte nog over een Nederlands paspoort beschikte, waardoor hij het land zou kunnen verlaten.
Het hof oordeelt dat de wet niet vereist dat een schorsing van voorlopige hechtenis gebaseerd moet zijn op een onderbouwd verzoek van verdachte en dat de rechter ambtshalve kan besluiten tot schorsing, mede op grond van het subsidiariteitsbeginsel en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het hof bevestigt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat met de gestelde voorwaarden de kans op herhaling voldoende kan worden ingedamd.
Het hof wijst het hoger beroep af, vernietigt de beschikking van de rechtbank en doet opnieuw recht door de schorsingsvoorwaarden te wijzigen. De verdachte moet onder meer zijn Nederlands paspoort inleveren, zijn verblijfplaats opgeven en zich wekelijks melden bij het politiebureau. Deze aanvullende voorwaarden dienen het belang van de samenleving en de waarborging van het strafproces.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en wijzigt de schorsingsvoorwaarden van de voorlopige hechtenis.