Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mevrouw [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder,
- mevrouw [beschermingsbewindvoerder] in haar hoedanigheid van informante, hierna te
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant is in 2015 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft in november 2017 de regeling tussentijds beëindigd omdat appellant niet aan zijn verplichtingen voldeed, zoals het onvoldoende aanleveren van gevraagde stukken en het niet serieus voldoen aan de sollicitatieplicht.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij het verzoek tot beëindiging niet tijdig had ontvangen en dat hij vanwege ernstige medische klachten niet kon solliciteren. Ook betwistte hij de ernst van de tekortkomingen en verzocht hij om verlenging van de regeling.
Het hof oordeelde dat appellant voldoende op de hoogte was van zijn tekortkomingen, ondanks het niet ontvangen van het schriftelijke verzoek. De medische situatie rechtvaardigde geen vrijstelling, mede omdat appellant geen medische verklaring had overlegd. De sollicitatie-inspanningen waren onvoldoende en deels onrealistisch door hoge salariseisen.
Het hof concludeerde dat de tekortkomingen appellant kunnen worden toegerekend en dat verlenging van de regeling niet op zijn plaats is. Het vonnis van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door appellant.