ECLI:NL:GHSHE:2018:2259
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen
Appellant was sinds 27 februari 2013 onderworpen aan een schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde dat hij toerekenbaar tekortgeschoten was in de nakoming van verplichtingen uit de regeling, zoals informatieverstrekking, sollicitatieplicht en afdracht, mede door een gevangenisstraf van zes maanden die zijn inspanningsmogelijkheden beperkte.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onterecht werd veroordeeld, dat hij altijd zijn informatieverplichtingen was nagekomen en dat hij door dyslexie hulp nodig had bij sollicitaties. Hij verzocht om verlenging van de regeling of toekenning van de schone lei. De bewindvoerder betwistte deze stellingen en wees op het ontbreken van bewijs en het feit dat de regeling de maximale duur had bereikt.
Het hof overwoog dat appellant meerdere verplichtingen toerekenbaar niet had nagekomen, waaronder het niet aantoonbaar solliciteren en het niet tijdig informeren over zijn strafrechtelijke veroordeling. Het hof verwierp het beroep op hulp van een maatschappelijk werker omdat deze pas sinds oktober 2016 betrokken was en schriftelijke sollicitatiebewijzen ontbreken. Gezien de maximale duur van de regeling en de aard van de tekortkomingen, bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank dat de regeling wordt beëindigd zonder schone lei.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van appellant wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen.