Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.V.O.F. [V.O.F.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 19 december 2017 waarbij een datum voor pleidooi is bepaald;
- het pleidooi, waarbij [geïntimeerde] pleitnotities heeft overgelegd.
6.De beoordeling
“(…)Werkomschrijving: Het werk omvat de volgende werkzaamheden: (…) Verwijderen begane grond vloeren en funderingen (kelder leeg maken en handhaven)”.
1 juni 2014 van € 2.158,68 en een bedrag ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 1.059,35, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 31.653,03 vanaf 1 juni 2014 en met hoofdelijke veroordeling van [V.O.F.] c.s. in de proceskosten inclusief nakosten. In reconventie heeft de kantonrechter [geïntimeerde] in de bewijslevering geslaagd geacht en de vordering van [V.O.F.] c.s. daarom afgewezen, met veroordeling van [V.O.F.] c.s. in de proceskosten.
“Verwijderen begane grond vloeren en funderingen (kelder leeg maken en handhaven)”volgt niet zonder meer dat de te verwijderen begane-grondvloer mede het kelderdek omvat, terwijl de vermelding dat de kelder moet worden gehandhaafd een aanwijzing vormt dat ook het dek van de kelder – dat immers de bovenkant vormt van de kelder – moet worden gehandhaafd. Uit de door [V.O.F.] geaccordeerde werkomschrijving heeft [geïntimeerde] dus redelijkerwijs niet kunnen opmaken dat de aan haar opgedragen werkzaamheden mede het verwijderen van het kelderdek omvatten. Het feit dat [geïntimeerde] kennelijk de noodzaak voelde om [V.O.F.] meermaals te vragen of zij het kelderdek diende te verwijderen, bevestigt bovendien dat zij de overeengekomen werkomschrijving daartoe niet toereikend achtte. Op grond hiervan concludeert het hof dat [geïntimeerde] het kelderdek heeft gesloopt zonder dat de oorspronkelijke overeenkomst tussen [geïntimeerde] en [V.O.F.] daarin voorzag.