Uitspraak
5.Het tussenarrest van 15 maart 2018
6.De verdere loop van de procedure
7.De beoordeling
€ 12.964,00. Ingehouden door beide verzekeraars tezamen is blijkens de stukken
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis bekrachtigd waarin werd geoordeeld dat een schuldeiser terecht heeft geweigerd in te stemmen met een schuldregeling. De kern van het geschil betrof de vraag of het door appellant aan zijn schuldeisers gedane aanbod financieel het uiterste was waartoe hij in staat kon worden geacht.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie, met name omtrent de fiscale positie, de opbrengsten van zijn beëindigde onderneming en de afkoop van levensverzekeringen. Ook was onduidelijk of het aanbod een gunstiger vooruitzicht bood dan een schuldsaneringstraject. Verder was de communicatie richting schuldeisers onvoldoende transparant.
Op basis van deze bevindingen concludeerde het hof dat de schuldeiser in redelijkheid tot weigering van instemming kon komen. De stukken die appellant na het tussenarrest had ingediend boden onvoldoende duidelijkheid om het tegendeel te bewijzen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schuldeiser terecht de instemming met de schuldregeling heeft geweigerd wegens onvoldoende financieel aanbod.