ECLI:NL:GHSHE:2018:2380
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag moeder over minderjarige na uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die het gezag over haar minderjarige dochter beëindigde. De minderjarige is sinds oktober 2016 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een pleeggezin. De moeder betwist de beëindiging van het gezag en stelt dat haar dochter niet ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en dat de rechtbank te snel heeft geoordeeld.
De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming voeren aan dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door de pedagogische situatie bij de moeder. De moeder weigert mee te werken aan psychologisch onderzoek en toont grensoverschrijdend gedrag. Het pleeggezin rapporteert positieve ontwikkelingen bij de minderjarige sinds haar plaatsing.
Het hof overweegt dat de moeder niet binnen een voor de minderjarige aanvaardbare termijn in staat zal zijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn niet langer passend; continuïteit in het pleeggezin is noodzakelijk. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over haar minderjarige dochter.