ECLI:NL:GHSHE:2018:2469
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid verkoopfacturen in BPM-fraudezaak
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van zijn B.V. door opname van drie valse verkoopfacturen. Het Openbaar Ministerie stelde dat de facturen vals waren omdat de vermelde verkopen en leveringen niet hadden plaatsgevonden, met als doel de BPM-afdracht te ontduiken.
In hoger beroep heeft het hof het bewijs onderzocht en vastgesteld dat de drie betrokken auto's daadwerkelijk zijn verkocht en geleverd aan een derde partij die BPM-aangiften deed en de kentekens regelde. De transacties werden ondersteund door facturen, aangiften BPM, kentekenregistraties en verklaringen van betrokkenen, waaronder een belastingambtenaar.
Hoewel de exacte prijsafspraken niet onomstotelijk konden worden vastgesteld, ontbrak het bewijs dat de facturen vals waren. De stelling van het Openbaar Ministerie dat verdachte samen met de derde partij de BPM zou hebben ontweken, kon niet worden bewezen. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van valsheid van de verkoopfacturen.