Uitspraak
5.Het tussenarrest van 17 november 2015
6.Het verdere verloop van de procedure
7.De verdere beoordeling
“Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft vastgesteld dat het onderzoek dat de Vereniging [Vereniging] heeft gedaan en de wijze waarop zij dat aan haar leden gepresenteerd heeft, niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Het onderzoek was op een eenzijdige, niet zorgvuldige en niet objectieve wijze uitgevoerd, zodat de conclusies die op 26 april 2013 aan de leden zijn gepresenteerd ten onrechte het bestuur waarvan de heer [appellant] voorzitter was in een kwaad daglicht hebben gesteld. Vastgesteld is dat de Vereniging [Vereniging] daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens het bestuur waarvan de heer [appellant] voorzitter was. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bepaald dat de omvang van de schadevergoeding die de Vereniging [Vereniging] aan de heer [appellant] dient te voldoen, in een afzonderlijke procedure moet gaan worden vastgesteld.”
De vereniging heeft verweer gevoerd.
Deze redengeving, ook indien zij op goede gronden berust, neemt niet weg dat de zienswijze van [appellant] over het concept rapport [onderzoeker] niet aan de leden is medegedeeld en dat de vereniging aldus de eisen van hoor en wederhoor niet in acht heeft genomen. De vereniging heeft niet zorggedragen voor een zorgvuldig debat en zij heeft haar leden niet volledig en naar behoren ingelicht. De wijze waarop het besluit van 26 april 2013 tot stand is gekomen voldoet daarom niet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld.