Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Hout;
- de vader, bijgestaan door mr. Kolmans;
- de raad, vertegenwoordigd door mr. [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 4 april 2017;
- het faxbericht met als bijlage productie 1J behorende bij het beroepschrift van de advocaat van de moeder d.d. 1 augustus 2017;
- de brief van de raad d.d. 9 augustus 2017 waarin de raad mededeelt niet over andere rapporten of adviezen te beschikken dan het raadsrapport van 26 januari 2017 dat reeds in het bezit van het hof is;
- de brief van de raad d.d. [geboortedatum] 2017 met als bijlage de brief van de Raad aan de vrouw waarin de Landelijk directeur van de raad mededeelt dat hij de raad zal verzoeken om aanvullend onderzoek te doen ten aanzien van het in die brief genoemde feit dat dat uit het rapport niet blijkt dat het onderzoek voldoende zorgvuldig tot stand gekomen is;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 28 maart 2018;
- de brief met bijlagen van de raad d.d. 5 april 2018;
- de ter zitting door de advocaat van de moeder overgelegde pleitnotitie.
3.De beoordeling
.
4.De beslissing
de tweede week bij de moeder.