Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
28 september 2017 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord, namens belanghebbende, de heer
[A] , als gemachtigde van belanghebbende, alsmede, namens de Inspecteur, de heren [B] , [C] en [D] .
9 november 2017 heeft geantwoord dat die brief hem niet noopt een reactie te geven.
2.Feiten
Benoeming Schorsing en Ontslag Bestuur
5 oktober 2006 (nr. CPP2006/2138M)[Hof: van de staatssecretaris van Financiën, St.crt. 2006, 198], dat inhield dat commissarissen die maximaal vier commissariaten vervulden, niet werden aangemerkt als belastingplichtige voor de omzetbelasting. In het besluit van 27 juni 2012 (BLKB.2012/477M) [Hof: van de staatssecretaris van Financiën, St.crt. 2012, 12999] is deze goedkeuring ingetrokken met een overgangsregeling tot 1 januari 2013. De goedkeuring is ingetrokken naar aanleiding van het verzoek van de Europese Commissie van 29 september 2011 om de btw-voorschriften voor de behandeling van leden van raden van commissarissen aan te passen, zodat deze voldoen aan de Btw-Richtlijn. Volgens de Europese Commissie moet het werk van een commissaris, ook al is het maar voor één raad, als een economische activiteit voor de omzetbelasting worden beschouwd.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.
5.Beslissing
- gelastdat de griffier deze tussenuitspraak en het proces-verbaal van de zitting anonimiseert en dat hij een geanonimiseerd afschrift van deze stukken (met de kopie van het procesdossier) zendt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie;
- verzoekthet Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak te doen over de volgende vraag:
houdtiedere verdere beslissing aan en
schorsthet geding totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie naar aanleiding van vorenstaand verzoek uitspraak heeft gedaan.