Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/326801 KG ZA 17-640)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de rolbeslissing van het hof van 23 januari 2018;
- de akte van de zijde van de man van 5 februari 2018;
- de antwoordakte van de zijde van de vrouw van 15 februari 2018 met producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte van de zijde van de vrouw van 19 april 2018 indiening productie;
- de antwoordakte van de zijde van de man van 7 mei 2018;
- de brief van de zijde van de vrouw van 17 mei 2018 overlegging procesdossier
- de brief van de zijde van de man van 22 mei 2018 inzake fourneren stukken.
3.De beoordeling
de complexiteit van de zaak en het spoedeisend belang (grief I)
hofzal allereerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep bespreken.
manstelt bij akte van 5 februari 2018 dat inschrijving ex art. 3:301 lid 2 BW Pro niet noodzakelijk was en dat geen sprake is van niet-ontvankelijkheid. Volgens vaste rechtspraak strekt art. 3:301 lid 2 BW Pro ertoe de betrouwbaarheid van de openbare registers zoveel mogelijk te waarborgen met het oog op de rechtszekerheid die voor de verkrijging van registergoederen is vereist. De betrouwbaarheid van de registers is in deze zaak niet in het geding. Het gaat hier slechts om de financiële belangen van partijen.
vrouwbetoogt dat de man niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Niet is gebleken dat binnen acht dagen na het instellen van het hoger beroep het appel is ingeschreven in het daartoe bestemde register. Door het achterwege laten van die inschrijving wordt de rechtszekerheid, die ter verkrijging van registergoederen is vereist, niet gewaarborgd. De vereiste inschrijving binnen de termijn van acht dagen strekt niet ter bescherming van het belang van de vrouw. Naleving van het bepaalde in art. 3:301 lid 2 BW Pro is een eenvoudige formaliteit die niet bezwaarlijk is voor de man.
hofstelt ambtshalve vast dat het hoger beroep in deze zaak niet tijdig is ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. De vraag is vervolgens welke gevolgen het niet tijdig inschrijven van het hoger beroep heeft.
met de bepaling dat dit vonnis in de plaats komt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man om het bod van € 230.000,-- te accepteren, de verkoopakte te ondertekenen en alles te doen wat er voor nodig is om tot de eigendomsoverdracht en levering van de onroerende zaak over te kunnen gaan(curs. hof)”. Daarmee komt ook deze grief uitdrukkelijk op tegen de oordelen die betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van de tot levering bestemde akte en daarmee onlosmakelijk verbonden oordelen. In zoverre is de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en behoeft grief II geen nadere bespreking.