ECLI:NL:GHSHE:2018:2862
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete en belastingrente na niet tijdig indienen aangifte inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2013 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met daarbij een verzuimboete en belastingrente wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. Na bezwaar werd de aanslag en de boete verminderd, maar belanghebbende ging in beroep tegen de boetebeschikking en de belastingrente. Het geschil betrof onder meer of belanghebbende zijn beroep tegen de boete had ingetrokken tijdens de zitting van de rechtbank.
Het hof oordeelde dat uit het proces-verbaal niet ondubbelzinnig bleek dat belanghebbende zijn standpunt over de boetebeschikking had prijsgegeven. De boete was terecht opgelegd omdat belanghebbende geen aangifte had gedaan en geen gegronde reden had om dit niet te doen. De hoogte van de boete was passend en de belastingrente was conform de wettelijke bepalingen vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen griffierecht geheven en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de verzuimboete en belastingrente terecht zijn opgelegd.