ECLI:NL:GHSHE:2018:2882
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen verzoeken tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de afwijzing door de rechtbank van verzoeken tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis. Namens verdachte was tijdig hoger beroep ingesteld tegen beide afwijzingen.
Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, omdat dit alleen gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak mogelijk is. Ten aanzien van het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis oordeelde het hof dat er ernstige bezwaren bestaan tegen verdachte. Deze worden onderbouwd door proces-verbalen van aangiften en bevindingen, waarbij verdachte wordt verweten een auto in een woonwijk in brand te hebben gestoken met groot gevaar voor goederen en onveiligheid.
De brandstichting leidde tot ontruiming van nabijgelegen woningen en schade aan andere auto's, waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Ook andere ernstige feiten, zoals twee gekwalificeerde diefstallen en poging tot zware mishandeling van politieambtenaren, versterken de bezwaren. Het hof vond geen bijzondere zwaarwegende omstandigheden voor schorsing van de voorlopige hechtenis en wees het verzoek af.
De beschikking bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen de schorsing, wijst het hoger beroep tegen opheffing af en wijst het verzoek tot schorsing ter zitting af.
Uitkomst: Hof verklaart hoger beroep tegen schorsing niet-ontvankelijk en wijst hoger beroep tegen opheffing voorlopige hechtenis af wegens ernstige bezwaren en geschokte rechtsorde.