ECLI:NL:GHSHE:2018:2916
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid nakoming verplichtingen
In deze zaak heeft de schuldenaar, appellante, verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat niet voldoende aannemelijk was dat zij de verplichtingen uit de regeling naar behoren zou kunnen nakomen en zich zou inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Deze beslissing werd gebaseerd op een verklaring van een psycholoog waaruit bleek dat haar psychosociale problemen niet in voldoende mate beheersbaar waren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank een onjuiste toets hanteerde en dat haar psychosociale problemen al enige tijd beheersbaar zijn, zoals ook blijkt uit de verklaring van haar psycholoog. Zij gaf aan dat zij vrijwilligerswerk verricht, onder behandeling staat en een sociaal vangnet heeft. Ook gaf zij aan dat zij haar schulden deels heeft afgelost en dat budgetbeheer haar financiën regelt.
Het hof oordeelde dat volgens de geldende beoordelingscriteria toelating tot de schuldsaneringsregeling alleen mogelijk is indien psychosociale problemen duurzaam beheersbaar zijn en dit bevestigd wordt door een hulpverlener. De overgelegde verklaring toonde aan dat de behandeling nog gaande is en dat er nog geen duurzame beheersing is. Het hof concludeerde dat de rechtbank terecht het verzoek heeft afgewezen, maar stelde dat appellante op de goede weg is en opnieuw kan verzoeken als zij aan de criteria voldoet.
Het vonnis van de rechtbank werd door het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de schuldenaar haar verplichtingen zal nakomen.