ECLI:NL:GHSHE:2018:2925
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag rioolheffing 2016 ondanks betwisting lekkagewater
Belanghebbende, exploitant van een camping, betwistte de aanslag rioolheffing 2016 gebaseerd op het totale waterverbruik volgens de hoofdmeter. Zij stelde dat door lekkages na de hoofdmeter een deel van het water niet via de gemeentelijke riolering werd afgevoerd, en vorderde vermindering van de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat hoewel lekkages aannemelijk zijn, belanghebbende onvoldoende objectief bewijs leverde dat een bepaalde hoeveelheid water daadwerkelijk niet in de riolering terechtkwam. De schatting van lekkage was ruw en niet onderbouwd met meterstanden van jaarplaatsen en recreatiewoningen. Ook het argument dat grondwater niet via de riolering mag worden afgevoerd, weerlegde de rechtbank omdat het niet uitsluit dat het water alsnog in de riolering kan belanden.
In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel. Belanghebbende kon ook met aanvullende stukken en argumenten niet aantonen dat 1.840 m3 water niet werd afgevoerd via de riolering. De bewijslast lag bij belanghebbende en de heffingsambtenaar betwistte de juistheid van de aangeleverde gegevens. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen vergoeding van griffierecht toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aanslag rioolheffing 2016 is bevestigd.