Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4783795, rolnummer 16-1355)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
- het volgens de administratie van het hof op 20 juni 2017 (de datum van de introductie van de zaak) tegen [appellant] verleende verstek, dat abusievelijk aanvankelijk niet is vermeld in het roljournaal;
- de door [appellant] genomen conclusie van eis overeenkomstig de appeldagvaarding.
3.De beoordeling
- Tussen E.ON en [appellant] is op of omstreeks 13 november 2006 een overeenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de levering van energie door E.ON aan de woning van [appellant] aan de [adres] te [plaats] .
- [appellant] is met ingang van 25 januari 2009 overgestapt naar een andere energieleverancier, te weten Greenchoice.
- [incasso] Incasso heeft namens E.ON op 9 maart 2012 aan [appellant] een sommatie gezonden met betrekking tot door [appellant] onbetaald gelaten facturen.
- Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. (LAVG) heeft namens E.ON op 2 april 2012, 19 april 2012 en 3 mei 2012 aan [appellant] sommaties gezonden met betrekking tot door [appellant] onbetaald gelaten facturen.
- In de jaren 2013 en 2014 zijn aan [appellant] geen sommaties gezonden met betrekking tot door [appellant] onbetaald gelaten facturen van E.ON.
- LAVG heeft vervolgens namens E.ON op 19 maart 2015 en 22 juli 2015 aan [appellant] sommaties gezonden met betrekking tot door [appellant] onbetaald gelaten facturen.
- een hoofdsom van € 1.756,83, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 december 2015;
- € 195,93 aan wettelijke rente over de hoofdsom over de periode tot 8 december 2015;
- € 150,-- aan buitengerechtelijke kosten;
- Bij op of na 14 juli 2004 gesloten overeenkomsten tot levering van gas en elektriciteit aan consumenten, geldt niet de standaard verjaringstermijn van vijf jaar van artikel 3:307 lid 1 BW Pro, maar de verkorte verjaringstermijn van twee jaar van artikel 7:28 BW Pro. Als de in geding zijnde overeenkomst op of na 14 juli 2004 is gesloten, is de vordering van E.ON in conventie verjaard. In verband daarmee moet E.ON zich uitlaten over de datum waarop de overeenkomst tot stand gekomen is (rov. 4.3.3).
- E.ON moet nog in de gelegenheid worden gesteld een conclusie van antwoord in reconventie te nemen (rov. 4.4).
- zich in conventie uit te laten over de datum van totstandkoming van de leveringsovereenkomst;
- een conclusie van eis in reconventie te nemen.
- Bij nader inzien moet worden geoordeeld dat [appellant] zijn beroep op verjaring van de vordering van E.ON in conventie in strijd met artikel 128 lid 3 Rv Pro niet meteen in de conclusie van antwoord in conventie naar voren heeft gebracht, en dat het beroep op verjaring dus te laat is gedaan en om die reden moet worden afgewezen (rov. 2.4).
- In conventie kan aan E.ON een hoofdsom van € 1.719,09 worden toegewezen (rov. 2.7).
- De vordering van [appellant] in reconventie moet worden afgewezen omdat van een door [appellant] teveel betaald bedrag geen sprake is (rov. 2.10).
- een hoofdsom van € 1.719,09, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 maart 2016;
- € 195,93 aan wettelijke rente over de hoofdsom over de periode tot 8 december 2015;
- € 150,-- aan buitengerechtelijke kosten.
- de proceskosten van het geding in conventie tussen de partijen gecompenseerd, aldus dat elke partij de eigen kosten dient te dragen;
- het in conventie meer of anders gevorderde afgewezen;
- de vordering van [appellant] in reconventie afgewezen;
- [appellant] in de proceskosten van het geding in reconventie veroordeeld.
- het alsnog afwijzen van de vorderingen van E.ON in conventie;
- het alsnog toewijzen van zijn vorderingen in reconventie;
- veroordeling van E.ON tot terugbetaling van al hetgeen [appellant] ter uitvoering van het vonnis van 9 maart 2017 aan E.ON heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente;
- zich uit te laten over de wijze waarop de eindstanden zijn opgenomen;
- een EDSN-register over de afgelopen jaren over te leggen;
- zich uit te laten over de stuiting van de verjaring voor wat betreft de vermeerdering van eis.
- de vorderingen van E.ON in conventie afwijzen;
- E.ON in de proceskosten van het geding in conventie veroordelen.
4.De uitspraak
- wijst de vorderingen van E.ON in conventie af;
- veroordeelt E.ON in de proceskosten van het geding in conventie en begroot die proceskosten aan de zijde van [appellant] tot op heden op nihil;