Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder en de stiefvader zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 mei 2017. Zij betoogden dat hun beroepschrift tijdig was ingediend via fax op 16 augustus 2017, binnen de drie maanden beroepstermijn die op 17 augustus 2017 afliep.
Het hof heeft onderzocht of het beroepschrift tijdig was ontvangen door de griffie. Ondanks overgelegde verzendbevestigingen en resultatenrapporten van de fax, kon het hof niet vaststellen dat de faxberichten daadwerkelijk waren ontvangen. Er waren geen technische problemen met de fax en andere faxen werden wel ontvangen. De ontvangsttheorie bepaalt dat de datum van ontvangst bij de griffie maatgevend is, en de bewijslast hiervoor ligt bij de appellanten.
Omdat niet is komen vast te staan dat het beroepschrift tijdig is ingediend en er geen omstandigheden zijn die overschrijding rechtvaardigen, verklaart het hof de moeder en stiefvader niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De grieven worden daarom niet inhoudelijk behandeld. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.