In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een bestuurder van Stichting Gehandicaptenzorg (SGL) centraal vanwege vermeende onregelmatige uitgaven en onrechtmatige beloningen. Het hof beoordeelde diverse vorderingen van SGL tegen de bestuurder, waaronder vergoedingen voor horloges, kunst, ontslagvergoeding en aankopen bij Bol.com.
Het hof oordeelde dat SGL onvoldoende bewijs leverde dat de Raad van Toezicht niet akkoord was gegaan met bepaalde vergoedingen, mede gelet op verklaringen van leden die wel instemming bevestigden. Voor de aankopen bij Bol.com stelde het hof vast dat deze niet zakelijk waren en wees deze vordering toe. De schadevergoeding voor kunst werd vastgesteld op 50% van de factuurwaarde, gebaseerd op een veilingopbrengst.
Ten aanzien van de kosten van het KPMG-onderzoek concludeerde het hof dat deze redelijk en noodzakelijk waren, maar matigde het gevorderde bedrag tot €100.000. Het hof vernietigde het bestreden vonnis deels, wees de vordering tot onverschuldigde betaling af en veroordeelde de bestuurder tot betaling van €100.000 aan SGL, vermeerderd met wettelijke rente. De overige bestreden vonnissen werden bekrachtigd en de bestuurder werd veroordeeld in de proceskosten.