ECLI:NL:GHSHE:2018:3429
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verzet strafbeschikking wegens onduidelijke uitreiking
De verdachte stelde verzet in tegen een strafbeschikking, maar werd door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard. Namens de verdachte werd hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing.
Het hof onderzocht of het afschrift van de strafbeschikking op 15 juli 2017 daadwerkelijk in persoon aan de verdachte was uitgereikt. Volgens artikel 257d Sv moet dit zo veel mogelijk in persoon gebeuren, en bij uitreiking anders dan in persoon moet het afschrift worden toegezonden aan het geregistreerde adres van de verdachte. Tevens moet van elke uitreiking of toezending een aantekening worden gehouden in landelijke registers.
In het dossier ontbraken echter de vereiste gegevens over plaats en adres van uitreiking in het zaakoverzicht van het CJIB. De enige aanwijzing was dat een afschrift naar het huisadres was gestuurd, wat impliceert dat geen uitreiking in persoon had plaatsgevonden. Door het ontbreken van een degelijke registratie kon het hof niet met zekerheid vaststellen dat de verdachte op 15 juli 2017 op de hoogte was gesteld. De eerste betrouwbare kennisname van de strafbeschikking vond plaats via een brief van het CJIB op 24 juli 2017, die de verdachte naar verwachting op 25 juli 2017 ontving.
Daarom oordeelde het hof dat het verzet van 7 augustus 2017 tijdig was ingesteld binnen de wettelijke termijn. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en wees de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor inhoudelijke behandeling van het verzet.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van niet-ontvankelijkheid en wijst de zaak terug naar de politierechter.