ECLI:NL:GHSHE:2018:3526
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- R.A.T.M. Dekkers
- M.E.F.H. van Erve
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens niet vervolgen verlaten plaats ongeval ondanks aannemelijke overtreding
Op 2 april 2017 vond een botsing plaats tussen klager en een groep wielrenners, waarbij klager letsel opliep. Beklaagde, betrokken bij het ongeval, verliet de plaats zonder zijn identiteit adequaat te verstrekken, wat een overtreding van artikel 7 Wegenverkeerswet Pro 1994 oplevert. Klager deed aangifte en diende een klaagschrift in tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om niet te vervolgen.
Het hof onderzocht de feiten, waaronder getuigenverklaringen en verklaringen van beklaagde, en concludeerde dat voldoende bewijs aanwezig is om een veroordeling wegens verlaten plaats ongeval aannemelijk te achten. Echter, het hof weegt ook de belangen van klager, beklaagde en het algemeen belang mee bij de beoordeling van de opportuniteit van vervolging.
Hoewel klager aanzienlijke schade heeft geleden en nog steeds gevolgen ondervindt, is de schadeafwikkeling via verzekeraars al gestart. Het hof acht het uitgesloten dat strafvervolging tot een schadevergoeding leidt, omdat er geen causaal verband is tussen het verlaten van de plaats en de geleden schade. Daarom is vervolging niet opportuun en wordt het beklag ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het niet vervolgen van beklaagde wegens verlaten plaats ongeval.