ECLI:NL:GHSHE:2018:3534
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen
Appellanten hebben in hoger beroep verweer gevoerd tegen de afwijzing van hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Het hof heeft in een tussenarrest aanvullende informatie gevraagd over betalingen aan het UWV, achterstallig loon aan een schoonzus, en het beheer van budgetrekeningen.
Uit de stukken blijkt dat appellanten bewust hun schoonzus hebben bevoordeeld boven andere schuldeisers door achterstallig loon te betalen terwijl andere schulden onbetaald bleven. Daarnaast is niet duidelijk of de reserveringen op de beheerrekening, waaronder bedragen afkomstig van onrechtmatig ontvangen UWV-uitkeringen, zijn gebruikt voor een evenredige verdeling onder schuldeisers.
Het hof oordeelt dat appellanten niet te goeder trouw hebben gehandeld in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoekschrift en dat de betalingswijze en het beheer van de reserveringen niet voldoen aan de eisen voor toelating tot de schuldsaneringsregeling. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens niet te goeder trouw handelen van appellanten.