Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
.Het tegen de beschikking gemaakte bezwaar heeft de Ontvanger bij zijn uitspraak van 16 maart 2016 niet-ontvankelijk verklaard.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor een niet-betaalde schuld van een bedrijf en ontving een beschikking die per aangetekende post werd verzonden. De Ontvanger stelde dat de beschikking op 26 augustus 2015 aan PostNL was aangeboden, maar het afhaalbewijs werd niet ontvangen door belanghebbende, waardoor zij niet tijdig bezwaar kon maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat het afhaalbewijs niet in de brievenbus was gedeponeerd en dat zij pas begin december 2015 kennis nam van de beschikking via de Belgische Centrale Autoriteit. Direct daarna maakte zij bezwaar.
Het hof oordeelde dat de Ontvanger onvoldoende bewijs leverde dat het afhaalbewijs was ontvangen door belanghebbende. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim was. Het bezwaarschrift was daardoor ontvankelijk ondanks de termijnoverschrijding.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de beslissing op bezwaar vernietigd, en de zaak terugverwezen naar de Ontvanger voor een nieuwe inhoudelijke beslissing. Tevens werd de Ontvanger veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is ontvankelijk verklaard ondanks termijnoverschrijding en de zaak is terugverwezen voor nieuwe uitspraak op bezwaar.