Uitspraak
5.De beschikking d.d. 1 maart 2017
6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
7.De verdere beoordeling
8.De beslissing
PRO FORMA 23 april 2019.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht staat de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind centraal. Het hof heeft eerder bepaald dat de omgang voorlopig onder begeleiding van AnaCare (BOR II-regeling) zal plaatsvinden. De vader betaalt een vergoeding aan de moeder voor reiskosten.
Tijdens het BOR-traject ontstonden onduidelijkheden, waarbij de moeder aangaf zich niet veilig te voelen door dwingende telefoontjes van de vader, wat zij als stalken ervaart. De vader betwist dit en vraagt een dwangsom om de omgang te realiseren. De moeder verzoekt om een beslissing die de minste schade aan het kind toebrengt en uitspreekt geen vertrouwen meer te hebben in het traject.
Het hof overweegt dat het contact tussen vader en kind volledig is verbroken zonder goede reden en dat de rechter gehouden is alle passende maatregelen te nemen om omgang te realiseren. Omdat de moeder niet vrijwillig meewerkt, legt het hof een dwangsom op bij niet-nakoming van de omgangsregeling. De regeling blijft onder begeleiding van AnaCare, met de invulling daarvan overgelaten aan AnaCare. Het hof houdt de zaak aan tot een pro forma zitting in april 2019.
Uitkomst: Het hof bevestigt de omgangsregeling onder begeleiding en legt een dwangsom op aan de moeder bij niet-nakoming.