Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gescheiden en hadden gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, dat bij de moeder woont. De rechtbank Limburg wijzigde het gezag zodat de moeder eenhoofdig gezag kreeg. De vader ging hiertegen in hoger beroep omdat hij het gezag wilde behouden om een relatie met het kind op te bouwen.
De moeder stelde dat gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is vanwege slechte communicatie en het feit dat het kind zich hevig tegen contact met de vader verzet. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde geen contactregeling op dit moment, maar gaf geen oordeel over het gezag.
Het hof overwoog dat het gezag bij de moeder kan blijven, maar dat een nader onderzoek door de raad noodzakelijk is om te beoordelen of het kind een ontwikkelingsbedreiging loopt door het eenhoofdig gezag en of het klemcriterium van toepassing is. De zaak wordt aangehouden tot 14 februari 2019 om het rapport van de raad af te wachten en partijen de gelegenheid te geven daarop te reageren.
Het hof benadrukte de leeftijd van de vader (77 jaar) en het belang dat het kind een relatie met haar vader behoudt, maar ook de emotionele situatie van de moeder en de moeizame communicatie tussen ouders. Het onderzoek moet ook nagaan of gezamenlijke gezagsuitoefening mogelijk is en wat nodig is voor een veilige opvoedsituatie.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en besluit op 14 februari 2019.