Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/261858/HAZA 13-278)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van een EVC-dienstverlener tegen Stichting ROC over een vordering tot betaling van €20.488 voor een pilotopleiding MBO-2 Helpende Zorg en Welzijn (HZW).
In eerste aanleg had de rechtbank de vordering afgewezen omdat het bewijs van deelname van het vereiste aantal cursisten aan de pilot ontbrak. Het hof stelt vast dat de EVC-dienstverlener in hoger beroep aanvullend bewijs heeft geleverd, waaronder verklaringen van begeleiders en een ander ROC, waaruit blijkt dat 16 cursisten aan de pilot hebben deelgenomen.
Het hof oordeelt dat de vordering een nakoming betreft van een tussen partijen gesloten overeenkomst en geen schadevergoeding. Het verweer van ROC dat geen pilot heeft plaatsgevonden en dat er geen schade is, wordt verworpen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering toe, inclusief wettelijke handelsrente vanaf 28 maart 2013.
Daarnaast veroordeelt het hof ROC in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep, begroot op in totaal €4.004,75. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 4 september 2018 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot betaling van €20.488 toe met wettelijke rente.