Uitspraak
het Huis van Bewaring ‘de Schie’ te Rotterdam,
raadsman mr. C.W. Flokstra, advocaat te Amsterdam,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, nadat deze raadsheren de door de verdediging ingediende getuigenverzoeken hadden afgewezen tijdens een voortgezette regiezitting. Verzoeker stelde dat deze afwijzing blijk gaf van vooringenomenheid, althans dat de schijn daarvan was gewekt.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op ontvankelijkheid en inhoud. Het verzoek was tijdig ingediend, enkele uren na de beslissing. De kern van het verzoek was dat de raadsheren onjuist het noodzaakcriterium hadden toegepast en onvoldoende rekening hadden gehouden met het verdedigingsbelang, waardoor het recht op een eerlijk proces werd geschaad.
De raadsheren en het Openbaar Ministerie betoogden dat er geen sprake was van vooringenomenheid en dat het wrakingsverzoek misbruik van recht was, aangezien het niet bedoeld is om onwelgevallige procesbeslissingen aan te vechten. De wrakingskamer oordeelde dat noch uit de beslissing, noch uit de motivering bleek dat de raadsheren een definitief standpunt ten nadele van verzoeker hadden ingenomen. De verwijzing naar het spoedeisende hulp-journaal was niet onbegrijpelijk.
Daarmee was er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.