ECLI:NL:GHSHE:2018:3843

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 september 2018
Publicatiedatum
18 september 2018
Zaaknummer
200.139.795_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over ondeugdelijke plaatsing van kozijnen bij verbouwing

In deze civiele procedure staat de ondeugdelijke plaatsing van kozijnen tijdens een verbouwing centraal. Appellanten, wonende te een woonplaats, voeren principaal appel tegen de geïntimeerde, een aannemingsbedrijf, die in incidenteel appel gaat. Het geschil bouwt voort op eerdere vonnissen van de rechtbank Middelburg en eerdere tussenarresten van het hof.

Het hof heeft partijen de gelegenheid gegeven te reageren op het voornemen om een deskundige aanvullende vragen te stellen over de mogelijkheid om de huidige dagstukken en koplatten te handhaven en de kosten van herstel. Appellanten stemden hiermee in, terwijl geïntimeerde bezwaar maakte tegen toevoegingen buiten het kader van het voornemen.

De deskundige, ir. S.C.M. Segeren, is verzocht schriftelijk te antwoorden of de nieuwe producties aanleiding geven zijn eerdere oordeel aan te passen. Het hof bepaalt een voorschot op de kosten van de deskundige en stelt een termijn van twee maanden voor het antwoord. De zaak is aangehouden tot verdere beslissing na ontvangst van het deskundigenantwoord.

Uitkomst: Het hof verzoekt de deskundige aanvullende schriftelijke beantwoording en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.139.795/01
arrest van 18 september 2018
in de zaak van

1.[appellant] ,

2.
[appellante] ,
beiden wonende te [woonplaats]
appellanten in het principaal appel,
geïntimeerden in het incidenteel appel,
verder in enkelvoud: [appellant] ,
advocaat: mr. L.E. van Hevele te Oostburg,
tegen
[geïntimeerde] ,
handelend onder de naam Aannemingsbedrijf [aannemingsbedrijf] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in het principaal appel,
appellant in het incidenteel appel,
verder: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. B.J. van de Wijnckel te Terneuzen,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 25 februari 2014, 20 oktober 2015, 21 februari 2017, 27 juni 2017 en 1 mei 2018 in het hoger beroep van de door de rechtbank Middelburg respectievelijk de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer C/12/78384 HA ZA 11-201 gewezen vonnissen van 6 juni 2012 en 9 oktober 2013.

18.Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenarrest van 1 mei 2018;
  • de akte van [appellant] van 29 mei 2018;
  • de antwoordakte van [geïntimeerde] van 26 juni 2018.
Partijen hebben arrest gevraagd.

19.De verdere beoordeling

in het principaal appel en in het incidenteel appel
19.1
Bij tussenarrest van 1 mei 2018 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voornemen van het hof de deskundige de aanvullende vraag voor te leggen of de producties die [appellant] heeft overgelegd bij memorie na deskundigenbericht voor hem aanleiding zijn om zijn antwoord op vraag 1 aan te passen.
19.2
Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] laten weten met dit voornemen te kunnen instemmen. Hij voegt hieraan toe dat de deskundige zich dan nader dient te informeren over de mogelijkheden van [de fabrikant van de kozijnen] , ook wat betreft de mogelijkheid om de huidige dagstukken en koplatten te handhaven en, mocht dat niet het geval zijn, de kosten van herstel als vermeld in de offerte van [offerte] daarbij te betrekken.
19.3
In zijn antwoordakte maakt [geïntimeerde] bezwaar tegen deze toevoegingen van de kant van [appellant] . Hij wijst erop dat in het tussenarrest 1 mei 2018 is vermeld dat de aktewisseling uitsluitend bestemd is om te reageren op het voornemen van het hof om de aanvullende vraag aan de deskundige voor te leggen en niet om andere stellingen en voorstellen in te verwerken. Dat is juist. Het hof neemt alleen de reactie van partijen op dat voornemen in aanmerking.
19.4
Ten aanzien van het voornemen om de deskundige genoemde aanvullende vraag voor te leggen stelt [geïntimeerde] zich op het standpunt dat dit niet nodig is omdat [appellant] de informatie die hij bij memorie na deskundigenbericht heeft ingebracht naar aanleiding van het concept rapport aan de deskundige had kunnen en moeten voorleggen. Daarnaast meent [geïntimeerde] dat de deskundige de stelling van [appellant] dat vervanging van de zeven kozijnen niet mogelijk is omdat de kozijnen die bij de overblijvende kozijnen passen niet leverbaar zijn, al heeft beantwoord op pagina 28 van het deskundigenbericht.
Het hof onderkent dat het praktisch is wanneer partijen de opmerkingen die zij willen maken over de inhoud van het deskundigenbericht in het stadium van het conceptrapport aan de deskundige kenbaar maken, maar dat betekent niet dat dit
uitsluitendin dat stadium mag geschieden. Met de producties die [appellant] bij memorie na deskundigenbericht heeft overgelegd wordt beoogd te adstrueren dat de werkwijze die de deskundige op pagina 28 van zijn deskundigenbericht voorstaat voor de leverancier niet uitvoerbaar is. Dat gegeven is in het deskundigenbericht nog niet verwerkt.
19.5
Het hof heeft de deskundige, de heer ir. S.C.M. Segeren van ZNEB Expertise en Taxatie BV te [kantoorplaats] , bereid gevonden schriftelijk antwoord te geven op de vraag of de producties die [appellant] heeft overgelegd bij memorie na deskundigenbericht voor hem aanleiding zijn om zijn antwoord op vraag 1 aan te passen. Het hof zal bepalen dat de griffier hem daartoe een afschrift zal zenden van dit tussenarrest en van de producties die [appellant] bij memorie na deskundigenbericht heeft overgelegd. Het hof zal de deskundige verzoeken zijn schriftelijk antwoord binnen twee maanden gelijktijdig naar beide partijen en het hof te zenden. Partijen zullen hierop vervolgens bij akte kunnen reageren. Verdere producties worden daarbij niet verwacht.
19.6
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

20.De uitspraak

Het hof:
in het principaal appel en in het incidenteel appel
20.1
verzoekt de heer ir. S.C.M. Segeren van ZNEB Expertise en Taxatie BV (Postbus [postbus] , [postcode] [kantoorplaats] , tel: [telefoonnummer] , fax: [fax-nummer] ) schriftelijk antwoord te geven op de vraag of de producties die [appellant] heeft overgelegd bij memorie na deskundigenbericht voor hem aanleiding zijn om zijn antwoord op vraag 1 aan te passen;
20.2
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 677,60 inclusief btw;
20.3
bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 677,60 inclusief btw, derhalve € 338,80 inclusief btw, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
20.4
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
20.5
verzoekt de deskundige binnen twee maanden na dit arrest zijn antwoord gelijktijdig naar beide partijen en het hof te zenden;
20.6
bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest en van de producties die [appellant] bij memorie na deskundigenbericht heeft overgelegd, aan de deskundige doet toekomen;
20.7
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 18 december 2018 voor akte aan de zijde van [appellant] , waarna antwoordakte;
20.8
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en A.J. Henzen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 september 2018.
griffier rolraadsheer