Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 december 2017 waarbij het hof een pleidooi heeft gelast;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de door [appellant] bij H12-formulier van 28 maart 2018 overgelegde productie 30;
- de door [gevolmachtigd agent] bij H12-formulier van 3 april 2018 overgelegde productie 3;
- de door [appellant] bij H12-formulier van 9 april 2018 overgelegde productie 31;
- het op 17 april 2018 gehouden pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
6.De beoordeling
Xja
snurkendoscopie.
Crestor 5 MG.
Ja.
Ja.
cute blindedarmontsteking.
Omstreeks 2004 – 20006.
Omstreeks een week.
Februari 2014.
U had last van uw buik, waarvoor u doorverwezen bent naar het ziekenhuis, waar u bent onderzocht middels een CT-scan. Daarop zijn geen bijzonderheden geconstateerd. Uiteindelijk bent u gediagnosticeerd met een tijdelijk verstopte darm. U geeft aan op dit moment klachtenvrij te zijn.
Ja.
SEH, KNO-arts, internist, fysiotherapeut.
Ja.
2014 in verband met darmklachten. (…)
Ja.
Crestor
5 mg.
Ja.
Nee.
Nee.
Februari 2014, darmklachten, geen gehele dag.
Ja.
Nee.
Nee.
Nee.
Ja.Door wie?
Huisarts. Verhoogd cholesterol.
Ja.Door wie?
Huisarts. Verhoogd cholesterol.
Fysiotherapie, zie boven.
Nee.
Nee.
Lijdt u, heeft u ooit geleden aan of last gehad van psychiatrische aandoeningen, mentale inzinkingen, overspannenheid, stress of stress-gerelateerde aandoeningen?) met "nee" en dus onjuist te beantwoorden en door na te laten te vermelden dat hij op regelmatige basis Oxazepam gebruikte.
ECLI:NL:HR:2015:1600, NJ 2016/380 (K./Rabobank), volgt uit art. 241 Rv Pro en de toelichting op het daarmee corresponderende art. 57 lid Pro 6 (oud) Rv (Parl. Gesch. Wijziging Rv. e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6), p. 36) dat de art. 237-240 Rv, behoudens bijzondere omstandigheden, een zowel limitatieve als exclusieve regeling bevatten van de kosten waarin de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, kan worden veroordeeld. Deze regeling derogeert ingevolge art. 6:96 lid 3 BW Pro in verbinding met art. 241 Rv Pro aan art. 6:96 lid 2 BW Pro (zie ook Hoge Raad, 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360). Slechts in ‘buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad kan er sprake zijn van een integrale vergoedingsplicht. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM Pro.