Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarige is geboren. De voorzieningenrechter legde een contact- en gebiedsverbod op aan de man en verbood hem bedreigingen en beledigingen jegens de vrouw.
In hoger beroep vorderde de man vernietiging van het vonnis en nakoming van de omgangsregeling. Het hof stelde vast dat de verhouding tussen partijen ernstig verstoord is, met wederzijds onbehoorlijk gedrag en bedreigingen.
Het contactverbod wordt bekrachtigd omdat het noodzakelijk is gezien het gedrag van de man, terwijl het gebiedsverbod wordt vernietigd wegens gebrek aan feitelijke grondslag. De omgangsvordering wordt afgewezen vanwege de complexe situatie rondom de minderjarige en betrokken gezinswerkers.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. De omgangskwestie zal in een bodemprocedure verder worden behandeld samen met het geschil over het hoofdverblijf van de minderjarige.