ECLI:NL:GHSHE:2018:3923
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. van Winkel
- C.N.M. Antens
- M.I. Peerboom-van Drunick
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met internationale aspecten
Het huwelijk van partijen werd op 29 december 2016 ontbonden. De rechtbank had bepaald dat de man partneralimentatie aan de vrouw moest betalen van €600 per maand. In hoger beroep betwistte de man zijn draagkracht en stelde dat hij onvoldoende inkomen had om deze alimentatie te betalen. De vrouw handhaafde haar behoefte en eiste de oorspronkelijke alimentatie.
Het hof stelde vast dat de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het hof nam de ingangsdatum van de alimentatieverplichting over zoals vastgesteld door de rechtbank. De vrouw trok haar grief over haar behoefte in, waardoor vaststond dat zij een behoefte van €600 per maand heeft.
De draagkracht van de man werd uitgebreid onderzocht. Het hof concludeerde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat hij inkomsten had uit werkzaamheden na 2015. Het netto-inkomen werd vastgesteld op basis van pensioen- en uitkeringsgegevens. De man stelde bijzondere lasten zoals medische vervoerskosten en zorgkosten, maar het hof achtte deze onvoldoende bewezen en hield hier geen rekening mee, behalve met een aflossing op een Nederlandse belastingschuld.
Na berekening van de draagkracht en rekening houdend met fiscale aspecten, stelde het hof de partneralimentatiebedragen per periode vast, die aanzienlijk lager zijn dan de oorspronkelijke €600. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof heeft de partneralimentatiebedragen verlaagd en de eerdere beschikking vernietigd.