Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 27 september 2016;
- het proces-verbaal van descente en comparitie van partijen van 13 oktober 2016.
6.De verdere beoordeling
een perceel cultuurgrond aan de [straat 1] te [plaats] , kadastraal bekend gemeente Oploo sectie [sectieletter 2] nummer [vernummerd sectienummer 2] , groot negen are en vijfendertig centiare”,ofwel het kadastrale perceel [vernummerd sectienummer 2] . Dat betekent dat op grond van de op deze akte gebaseerde levering aan [appellant] slechts de eigendom is overgedragen van het kadastrale perceel [vernummerd sectienummer 2] en dat hij door die levering dus geen eigenaar is geworden van de strook, die immers geen deel uitmaakt van het kadastrale perceel [vernummerd sectienummer 2] . Dat [broer van geintimeerde 1] wel eigenaar was van de strook en dat [broer van geintimeerde 1] op grond van de koopovereenkomst van 28 januari 2006 wellicht verplicht was om de gehele weide (inclusief de strook) aan [appellant] te leveren, doet daar niet aan af.
een perceel erf ter grootte van circa negen aren ter plaatse afgepaald naar de kant van de Kerk van [plaats] , (…)”. Dit laatstgenoemde perceel is de weide die bij notariële akte d.d. 15 oktober 1970 is geleverd aan [broer van geintimeerde 1] . In laatstgenoemde akte is bepaald dat aan [broer van geintimeerde 1] wordt geleverd
“een perceel bouw- en weiland, gelegen te [plaats] , uitmakende een kennelijk ter plaatse afgepaald en aangeduid gedeelte (…) van het perceel kadastraal bekend als gemeente Oploo Sectie [sectieletter 1] nummer [sectienummer 1] (…)”
overeenkomen met de inhoud van de leveringsakte. Als dat het geval is gaan we over tot perceelsvorming.”