ECLI:NL:GHSHE:2018:3992

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 september 2018
Publicatiedatum
27 september 2018
Zaaknummer
200.224.383_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor veilige omgangsregeling minderjarige met vader

In deze civiele zaak betreffende de zorgregeling voor een minderjarige heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 27 september 2018 besloten tot de benoeming van een bijzondere curator. Dit volgt op een eerdere tussenbeschikking waarin het hof het verzoek van de vader om een zorgregeling voor de minderjarige afwees en de beslissing over de zorgregeling voor een andere minderjarige aanhield.

De bijzondere curator, mevrouw mr. drs. I. Sandig, is belast met de taak om met de minderjarige, de vader en de moeder afzonderlijk te spreken en vast te stellen wat nodig is om de omgang tussen de minderjarige en haar vader veilig te laten plaatsvinden. Hierbij is niet alleen aandacht voor mogelijke alcoholcontroles voorafgaand aan de omgang, maar ook voor het versterken van de weerbaarheid van de inmiddels 14-jarige minderjarige.

Het hof draagt de advocaat van de vader op om binnen vijf dagen de processtukken aan de bijzondere curator te verstrekken en bepaalt dat de advocaten van partijen de contactgegevens van de ouders aan de bijzondere curator moeten doorgeven. De bijzondere curator wordt verzocht uiterlijk 13 december 2018 schriftelijk verslag uit te brengen aan het hof. De verdere beslissing over de zorgregeling blijft aangehouden.

Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator voor de minderjarige en houdt verdere beslissingen over de zorgregeling aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Uitspraak: 27 september 2018
Zaaknummer: 200.224.383/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/306620 FA RK 15-6935
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. A.M.C.J. Dekkers-de Jong,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.W.A.M. Scheepens.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio: Zuid-West Nederland,
vestiging: [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de raad.

5.De tussenbeschikking d.d. 26 juli 2018 (hierna: de tussenbeschikking)

5.1.
Het hof heeft bij beschikking van 26 juli 2018 de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 juli 2017 voor zover daarbij het verzoek van de vader om een (al dan niet begeleide) zorgregeling tussen [minderjarige 1] en hem te bepalen is afgewezen, bekrachtigd en voor zover het [minderjarige 2] betreft partijen in de gelegenheid gesteld zich binnen twee weken na de datum van de tussenbeschikking schriftelijk uit te laten over de persoon van de bijzondere curator. Het hof heeft verder iedere beslissing ten aanzien van de zorgregeling met betrekking tot [minderjarige 2] aangehouden.

6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.
Bij V-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 30 juli 2018 heeft de moeder laten weten in te stemmen met de benoeming van mr. drs. I. Sandig tot bijzondere curator.
6.2.
De (advocaat van de) vader heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zich uit te laten over de persoon van de bijzondere curator.

7.De verdere beoordeling

7.1.
Het hof zal over gaan tot de benoeming van mevrouw mr. drs. I. Sandig (Sandig Mediation, [adres] , [postcode] [kantoorplaats] ) als bijzondere curator over [minderjarige 2] om [minderjarige 2] , zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.
7.2
Zoals reeds overwogen in rov. 3.4.4. van de tussenbeschikking krijgt de bijzondere curator de taak om met [minderjarige 2] , de vader en de moeder (afzonderlijk) te spreken en vast te stellen wat [minderjarige 2] nodig heeft om – gelet op de historie – de omgang met haar vader veilig te kunnen laten plaatsvinden. Daarbij acht het hof niet alleen van belang de vraag of en, zo ja, op welke wijze voorafgaande alcoholcontroles moeten plaatsvinden. Met name is van belang dat [minderjarige 2] , die inmiddels 14 jaar is en bekend met de alcoholproblematiek van haar vader, (op termijn) in staat zal zijn om zelfstandig en op een voor haar verantwoorde wijze invulling te geven aan de omgang met haar vader. Immers, ook indien (op termijn) geen sprake is van alcoholcontroles is het noodzakelijk dat [minderjarige 2] in dezen voldoende weerbaar is.
7.3.
Het hof zal beslissen als volgt.

4.De beslissing

Het hof:
benoemt – met inachtneming van hetgeen hierboven onder rov. 7.2. is overwogen – over de minderjarige [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, tot bijzondere curator:
mr. dr. I. Sandig,
Sandig Mediation,
[adres] ,
[postcode] [kantoorplaats]
draagt de advocaat van de vader op om binnen vijf dagen na de datum waarop deze beslissing is gegeven een volledig afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator ter beschikking te stellen;
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de bijzondere curator zal toezenden,
bepaalt dat de advocaten van de partijen per ommegaande adressen, telefoon- en e-mail gegevens van de ouders aan de bijzondere curator ter kennis brengen, zodat zo spoedig als mogelijk contacten kunnen worden gelegd en afspraken gemaakt;
verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk op
13 december 2018het hof schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift van haar rapport aan de advocaten van partijen en de raad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling met betrekking tot [minderjarige 2] aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, P.M.M. Mostermans,
M.L.F.J. Schyns en is op 27 september 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier