Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1] ,2. [geïntimeerde sub 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4251228, rolnummer 15-7111)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met een productie (nr. 1);
- de memorie van grieven met twee producties (nr. 2 en nr. 3);
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben met toestemming van [appellante] een garage aan de gehuurde woning gebouwd.
- [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben zonder toestemming van [appellante] een schuur en een overkapping gerealiseerd op het gehuurde.
- Op 19 december 2014 heeft de politie een inval gedaan in het gehuurde. De politie heeft daarbij in de woning drie vuurwapens aangetroffen (één geladen vuurwapen in een rand van het bed op de slaapkamer en twee vuurwapens op zolder). [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben geen vergunning voor het voorhanden hebben van deze vuurwapens.
- De politie heeft voorts een onderzoek gedaan in de achter de woning gelegen garageboxen ( [erf] [box 1] , [box 2] , [box 3] , [box 4] en [box 5] ). In de als productie 4 bij de inleidende dagvaarding overgelegde rapportage van de politie van 22 december 2014 staan de door de politie in de garageboxen aangetroffen zaken als volgt omschreven:
- [appellante] heeft aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] duidelijk gemaakt dat zij in de nakoming van de huurovereenkomst tekortgeschoten zijn en dat [appellante] tot een beëindiging van de huurovereenkomst wil komen. [appellante] heeft [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] de mogelijkheid geboden om de huurovereenkomst zelf op te zeggen. [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid.
- [appellante] heeft tijdens het geding in eerste aanleg bij akte een rapportage van de politie van 3 februari 2016 in het geding gebracht. Op bladzijde 2 van die rapportage staat onder meer het volgende:
- Op de bladzijdes 5 en 6 van de rapportage van 3 februari 2016 staat onder meer dat in ‘garagebox [box 4] ’ vijf op vuurwapens gelijkende voorwerpen met vermoedelijk bijbehorende attributen en munitie zijn aangetroffen en dat [geïntimeerde sub 2] daarover niets wenste te verklaren en zich op haar zwijgrecht heeft beroepen.
- [geïntimeerde sub 1] is bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant van 8 december 2016 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor, kort gezegd, het voorhanden hebben van een vuurwapen en een bus pepperspray in de woning en zeven vuurwapens, diverse patroonhouders en een grote hoeveelheid munitie in de woning of in een garagebox. [geïntimeerde sub 1] is vrijgesproken van het meer of anders tenlastegelegde.
- [geïntimeerde sub 2] is bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant van 8 december 2016 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk voor, kort gezegd, het voorhanden hebben van een vuurwapen en een bus pepperspray in de woning. [geïntimeerde sub 2] is vrijgesproken van het meer of anders ten laste gelegde.
- In beide vonnissen staat voorts (onderaan blz. 3) onder meer het volgende:
- ontbinding van de huurovereenkomst;
- veroordeling van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] tot ontruiming van het gehuurde;
- veroordeling van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] om het gehuurde in goede en oorspronkelijke staat, onder het wegbreken van de garage en de andere bijgebouwen/aanbouwen, aan [appellante] op te leveren;
- veroordeling van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] om aan [appellante] een vergoeding ter hoogte van de huur te betalen over de periode vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de dag van de ontruiming én correcte oplevering;
- [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door in de woning drie vuurwapens voorhanden te hebben. Deze tekortkoming is op zichzelf echter van onvoldoende gewicht om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen (rov. 3.3).
- [appellante] moet bewijzen dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] de garageboxen achter de woning in gebruik hadden (rov. 3.5).
- Als [appellante] in die bewijslevering slaagt, staat vast dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] vanuit het gehuurde criminele activiteiten ontplooid hebben en is ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd (rov. 3.6).
- Indien [appellante] niet kan bewijzen dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] de garageboxen achter de woning in gebruik hadden, dient zij te bewijzen dat in de woning ongebruikelijke vermogensbestanddelen zijn aangetroffen die verband houden met criminele activiteiten vanuit (de directe omgeving van) de woning (rov. 3.6).
- dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] ten tijde van de inval door de politie op 19 december 2014 de garageboxen, waarin de door de politie genoemde zaken zijn aangetroffen, in gebruik hadden (krachtens huur of anderszins); dan wel
- dat door de politie in de woning op 19 december 2014 ongebruikelijke vermogensbestanddelen zijn aangetroffen die verband houden met criminele activiteiten vanuit de (directe omgeving van de) woning.
- [appellante] is erin geslaagd om te bewijzen dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] de garagebox die in de politierapportage van 3 mei 2016 als garagebox [box 4] is aangemerkt, in gebruik hadden. Dat de in die garagebox aangetroffen ‘op vuurwapen gelijkende voorwerpen’ daadwerkelijk vuurwapens zijn, is echter niet komen vast te staan. Bovendien levert de aanwezigheid van vuurwapens in een in de omgeving van het gehuurde gesitueerde garage op zich niet een tekortkoming op die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt (rov. 2.3 en 2.4).
- [appellante] is er niet in geslaagd om te bewijzen dat de politie in de woning vermogensbestanddelen heeft aangetroffen die verband houden met criminele activiteiten vanuit de (directe omgeving van de) woning (rov. 2.6).
- De feiten die wel zijn komen vast te staan, zijn van onvoldoende gewicht om een ontbinding van de huurovereenkomst met de bijbehorende gevolgen te rechtvaardigen (rov. 2.5 en 2.7).
- de vuurwapens die zijn aangetroffen in de garagebox die bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in gebruik was;
- de amfetamine die in een van de andere garageboxen is aangetroffen.
- Niet alleen de amfetamine die aangetroffen is in een van de garageboxen waarvan niet kon worden aangetoond dat die bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in gebruik was, is geseald met het sealapparaat, maar ook de vuurwapens in de bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in gebruik zijnde garagebox. [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben in het geheel niet toegelicht waarom de vuurwapens in de bij hen in gebruik zijnde garagebox waren geseald en of zij daarvan al dan niet op de hoogte waren.
- In de woning van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] was een scherm aanwezig waarmee, via de daarop aangesloten camera’s, niet alleen de garagebox waarvan kon worden aangetoond dat die bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in gebruik was maar ook de andere garageboxen waarin de politie een inval heeft gedaan in de gaten konden worden gehouden.
- Uit de rapportage van de politie van 3 februari 2016 is op te maken dat de politie vóór de doorzoekingen aanwijzingen had dat al de doorzochte garageboxen door dezelfde criminele groepering in gebruik waren genomen. De bevindingen die de politie bij de doorzoekingen heeft gedaan, hebben die aanwijzingen bevestigd.
- [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben weliswaar gesteld dat zij uitsluitend omdat zij in het verleden het slachtoffer van een inbraak zijn geweest, een vuurwapen voorhanden hadden in de slaapkamer, maar daarmee is de aanwezigheid van meerdere wapens in de woning en in de bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in gebruik zijnde garagebox niet verklaard. [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben voor de aanwezigheid van die andere wapens geen enkele aannemelijke verklaring gegeven, anders dan de door [appellante] gestelde verklaring dat sprake is van handel in wapens en/of dat de wapens anderszins samenhangen met criminele activiteiten die mede in of vanuit de directe omgeving van het gehuurde werden ontplooid.
- In dit kader is ook van belang dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] aanvankelijk (conclusie van antwoord sub 5) hebben gesteld dat zij geen wetenschap hadden van de aanwezigheid van de wapens op de zolder van de woning, maar dat zij dit standpunt in hoger beroep niet hebben kunnen handhaven nu uit het tegen [geïntimeerde sub 1] gewezen strafvonnis (blz. 4 onderaan en bladzijde 5 bovenaan) is gebleken dat op het op zolder aangetroffen pistool (merk Röhm) een DNA-profiel is aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [geïntimeerde sub 1] (met een berekende frequentie van kleiner dan 1 op 1 miljard). [geïntimeerde sub 1] heeft daarvoor geen verklaring gegeven.
- Uit het tegen [geïntimeerde sub 1] gewezen strafvonnis (blz. 5 bovenaan) blijkt dat op de zolder van de woning patroonhouders zijn aangetroffen die kunnen passen bij verschillende van de vuurwapens die zijn aangetroffen in de bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in gebruik zijnde garagebox (blz. 5, bovenaan van het tegen [geïntimeerde sub 1] gewezen strafvonnis). [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben daarvoor geen verklaring gegeven.
4.De uitspraak
- ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de onroerende zaak aan de [adres] te [plaats] ;
- veroordeelt [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] de onroerende zaak binnen twee maanden na betekening van dit arrest te ontruimen;
- veroordeelt [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] om het gehuurde binnen de zojuist genoemde termijn in goede en oorspronkelijke staat, onder het wegbreken van de garage en andere bijgebouwen/aanbouwen, leeg, bezemschoon, onbeschadigd en onder overdracht van alle sleutels aan [appellante] op te leveren;
- veroordeelt [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] om aan [appellante] een vergoeding ter hoogte van de maandelijkse huurprijs te voldoen voor elke maand gelegen tussen de dag van de ontbinding (zijnde de datum waarop dit arrest is gewezen) en de dag van de ontruiming én de correcte oplevering van het gehuurde;
- veroordeelt [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter en begroot die proceskosten op € 98,13 aan dagvaardingskosten, € 116,-- aan griffierecht en op € 375,-- aan salaris gemachtigde;