Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- Stichting Jeugdbescherming Brabant, (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI));
- [de pleegvader] en [de pleegmoeder] (hierna te noemen: de pleegvader respectievelijk de pleegmoeder, tezamen de pleegouders).
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- (primair) dat de moeder in het ouderlijk gezag over de hierna nader te noemen [de minderjarige] wordt hersteld, alsook dat de moeder gedurende de transitieperiode, waarbij de terugkeer van [de minderjarige] naar de moeder wordt voorbereid en uitgevoerd, gerechtigd is tot onbegeleide omgang met [de minderjarige] eens per veertien dagen van zaterdagochtend tot zondagavond dan wel conform een regeling die het hof juist acht;
- (subsidiair) dat de moeder gerechtigd is tot onbegeleide omgang met [de minderjarige] eens per veertien dagen van zaterdagochtend tot zondagavond dan wel conform een regeling die het hof juist acht.
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Laarhoven en L. Pomper, als tolk;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;
- de pleegouders, bijgestaan door mr. J.M.G. Cox;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De beoordeling
- dat zij en [de minderjarige] eens per veertien dagen gedurende een weekend omgang zullen hebben, zonder begeleiding, welke regeling verder door de GI uitgebouwd dient te worden;
- dat haar gezag over [de minderjarige] wordt hersteld.