ECLI:NL:GHSHE:2018:420
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis wegens meervoudige diefstal in vereniging met babbeltruc bij kwetsbare slachtoffers
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte, die wordt verdacht van vijf feiten van diefstal in vereniging. Verdachte betwistte ernstige bezwaren tegen vier van de vijf feiten en stelde dat er geen gevaar voor herhaling is. Het hof concludeerde echter dat er voldoende ernstige bezwaren zijn, mede gebaseerd op aangiften, telefoongegevens en modus operandi.
De diefstallen vonden plaats in de maanden oktober, november en december van het voorgaande jaar, waarbij verdachte met een babbeltruc kwetsbare, hulpbehoevende personen binnendrong om goederen en geld te stelen. Het hof achtte de recidivegrond relevant omdat verdachte eerder veroordeeld is voor vermogensdelicten.
Namens verdachte werd schorsing van de voorlopige hechtenis gevraagd vanwege de zorg voor vier schoolgaande kinderen, waarvan sommigen extra zorg behoeven, en bedreiging van de familie. Het hof oordeelde dat deze omstandigheden niet zwaarwegend genoeg zijn om het belang van de samenleving bij voortzetting van de voorlopige hechtenis te laten wijken.
Het hof verwierp het beroep en het verzoek tot schorsing en bevestigde de beschikking tot gevangenhouding. De uitspraak benadrukt het ernstige karakter van de feiten en de bescherming van kwetsbare slachtoffers.
Uitkomst: Het hof bevestigt de voorlopige hechtenis en wijst het verzoek tot schorsing af.