Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/235440/KG ZA 17-252)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties.
3.De beoordeling
overweging 2
in conventiegevorderd:
vordering in reconventieingediend. Die vordering luidde, samengevat, veroordeling van de man:
manheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Hij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende:
- de titel voor levering (grief 1);
- de medewerking van de vrouw aan de levering (grief 2);
- de proceskosten (grief 3).
voorwaardelijk, voor het geval zijn vordering tot levering van het aandeel van de vrouw aan hem in kort geding toewijsbaar wordt geacht, te veroordelen tot betaling van € 28.617,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 september 2017 en daarbij te bepalen dat de veroordeling van de vrouw om haar medewerking te verlenen aan de levering van haar aandeel in de eigendom van de woning aan de man pas ten uitvoer kan worden gelegd, nadat:
hofoordeelt als volgt.