Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
7.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 2 januari 2018;
- het deskundigenbericht van 29 juni 2018;
- de beslissing van het hof van 1 augustus 2018 tot begroting van de schadeloosstelling en het loon van de deskundige;
- de onttrekking door mr. S.A. Wensing als advocaat van [appellant] op de rol van
- het verzoek om arrest zijdens Hippo Zorg op de rol van 4 september 2018.
Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen:
- dat ten tijde van de onttrekking door mr. Wensing als procesvertegenwoordiger van [appellant] de zaak op de rol van 7 augustus 2018 stond voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [appellant] ,
- dat mr. Wensing heeft verklaard dat hij [appellant] op 31 juli 2018 heeft gewezen op de gevolgen van diens onttrekking,
- dat na de aanhouding van de zaak voor het stellen van een nieuwe advocaat (en voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [appellant] ) zich op de rol van 21 augustus 2018 voor [appellant] niet een nieuwe advocaat heeft gesteld en geen memorie na deskundigenbericht is genomen, en
- dat Hippo Zorg op de rol van 4 september 2018 heeft afgezien van het indienen van een memorie na deskundigenbericht en arrest heeft gevraagd.
Het hof zal recht doen op hetgeen voorligt.
8.De verdere beoordeling
‘blijvende ongeschiktheid overeenkomstig het op het polisblad omschreven gebruik, voor zover deze ongeschiktheid een gevolg is van ziekte, ongeval of kreupelheid’.
‘ziekte, ongeval of kreupelheid’in de zin van artikel 1 van Pro de algemene voorwaarden bij de verzekeringsovereenkomst.
‘blijvende ongeschiktheid’van het paard als sportpaard tot gevolg heeft (gehad). Het hof heeft in dit kader overwogen dat op dit punt deskundige voorlichting is aangewezen (in het kader waarvan tevens aan de orde kan komen of de spinale ataxie van het paard inderdaad valt onder de begrippen
‘ziekte, ongeval of kreupelheid’in de zin van de verzekeringsovereenkomst).
(1) dat [appellant] ten onrechte vóór de definitieve acceptatie van de verzekering op
19 februari 2013 geen melding heeft gemaakt van de klachten van het paard op 11 februari 2013 en de daarop volgende behandeling, en
(2) dat de spinale ataxie bij het paard in ieder geval al aanwezig was in de periode vóór de acceptatie op 19 februari 2013.
Het hof heeft in verband hiermee overwogen:
(a) dat [appellant] betwist dat de behandeling van het paard naar aanleiding van de klachten op 11 februari 2013 van belang was voor de verzekering, omdat het paard slechts last had van een overbelasting bij de training en de behandeling van die klachten valt onder het gebruikelijke sportmanagement, en
(b) dat de verzekeringsovereenkomst op 11 februari 2013 nog niet definitief was afgesloten, zodat van belang is of de klachten van het paard op 11 februari 2013 en de behandeling daarvan vallen onder het door het hof vooropgestelde criterium.
Het hof heeft overwogen dat het op dit punt evenzeer deskundige voorlichting wenst.
De deskundige heeft deze (hierna cursief weergegeven) vragen, samengevat en voor zover relevant, als volgt beantwoord.
‘ziekte, ongeval en kreupelheid’. De symptomen ervan kunnen zeer acuut (van de ene dag op de andere dag), maar ook zeer langzaam (in de loop van weken tot maanden) ontstaan.
11 februari 2013 geen diagnose vermeldt en evenmin welk gewricht of ander object met welk medicament is behandeld.
‘sophisticated’techniek en middel zijn gebruikt. Ook de beoordeling van de prognose op het behandelformulier, te weten
‘gereserveerd’geeft volgens de deskundige aan dat er waarschijnlijk meer aan de hand was dan
‘een beetje stijf/pijnlijk’.
‘prognose gereserveerd’door dierenarts [dierenarts 2] op het behandelformulier, en (2) de rekening bedraagt € 738,10 en dat is meer dan een kleinigheid.
‘ziekte, ongeval of kreupelheid’in de zin van (de polisvoorwaarden in) de verzekeringsovereenkomst tussen [appellant] en Hippo Zorg. [appellant] is er volgens het hof echter niet in geslaagd te bewijzen dat deze spinale ataxie een
‘blijvende ongeschiktheid’van het paard
‘als sportpaard’tot gevolg heeft gehad. De deskundige heeft ook gemotiveerd dat en waarom zij dienaangaande op grond van de door [appellant] verstrekte stukken en informatie niet tot een bevestigend oordeel kon komen. Het had, met inachtneming van de gemotiveerde betwisting door Hippo Zorg, op de weg van [appellant] gelegen om aanvullend bewijs te leveren. Ander bewijs, dat voldoende specifiek en overtuigend is, heeft [appellant] niet bijgebracht, terwijl [appellant] evenmin een ter zake dienend en voldoende gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat de spinale ataxie van het paard niet valt binnen de dekking van de door [appellant] met Hippo Zorg gesloten verzekeringsovereenkomst. Deze uitkomst is voor risico van [appellant] , als partij op wie de bewijslast rust, waarbij het hof in aanmerking neemt dat het paard door toedoen van [appellant] zelf niet meer, door een terzake kundige onafhankelijke derde, kan worden onderzocht en – zoals de deskundige opmerkte (deskundigenbericht, p. 5 onderaan) – er ook geen rapport van een postmortaal onderzoek (sectie) is overgelegd en kan worden geraadpleegd en beoordeeld. Reeds om deze reden kan van toewijzing van het door [appellant] gevorderde geen sprake zijn.
Uit het bepaalde in artikel 7:930 lid 4 BW Pro volgt dat Hippo Zorg geen uitkering verschuldigd is als zij bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten.
Hippo Zorg heeft zich onder meer in haar conclusie van antwoord in eerste aanleg (nr. 25) op het standpunt gesteld dat zij, als de behandeling van het paard één week voor de acceptatie zou zijn gemeld, de verzekeringsovereenkomst niet zou hebben gesloten.ippo Zorg de verzekeringsoevreenkomst niet zou zijn aangegaan. [appellant] heeft slechts bestreden dat hij bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst enige om hem rustende mededelingsplicht heeft geschonden, maar heeft niet betwist dat Hippo Zorg
- gegeven een dergelijke schending - de verzekeringsovereenkomst niet zou zijn aangegaan.
Gelet hierop komt het hof tot de slotsom dat ook dit verweer van Hippo Zorg slaagt en zij onder deze omstandigheden ook niet gehouden is om aan [appellant] enige uitkering te doen.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep bekrachtigen.
- griffierecht € 1.937,-
- kosten deskundigenbericht (50% van het voorschot) € 453,75
- salaris advocaat (3 punten x € 1.391,-)