ECLI:NL:GHSHE:2018:4304
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen bestuurder penningmeester
De zaak betreft een hoger beroep van een voormalige bestuurder en penningmeester van de Nederlandse Bond van Dansleraren (NBD) tegen vorderingen van NBD wegens vermeende onrechtmatige handelingen en onbehoorlijke taakvervulling. NBD vorderde een schadevergoeding van ruim €366.000, gebaseerd op posten in de financiële administratie die zij als frauduleus beschouwde.
In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat de bestuurder aansprakelijk was en veroordeelde hem tot betaling van circa €41.000. In hoger beroep voerde de bestuurder aan dat hij steeds een legitieme zakelijke grondslag had voor de uitgaven en dat de posten niet voldoende waren verantwoord in de boekhouding. NBD verscheen niet in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat de bestuurder de stellingen van NBD gemotiveerd had betwist met concrete toelichtingen per post en dat de bewijslast bij NBD lag. Door het ontbreken van NBD in hoger beroep kon het hof niet vaststellen dat sprake was van onrechtmatig handelen of onbehoorlijke taakvervulling. De eerdere vonnissen werden vernietigd en de vorderingen afgewezen. NBD werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de Nederlandse Bond van Dansleraren worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door de bestuurder.