ECLI:NL:GHSHE:2018:4340
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen geldboete vonnis kantonrechter
De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld tot een geldboete van €45,00 wegens overtreding van artikel 430a Sr. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Hoewel de verdachte niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na het vonnis in appel kwam, oordeelde het hof dat een eerder ingediend geschrift door de griffie als een volmacht tot het instellen van hoger beroep moest worden beschouwd. Hierdoor kon de termijnoverschrijding de verdachte niet worden tegengeworpen.
Desondanks wees het hof het hoger beroep af op grond van artikel 404, tweede lid, sub b van het Wetboek van Strafvordering, dat hoger beroep uitsluit tegen vonnissen waarbij alleen een geldboete tot maximaal €50 is opgelegd. De verdachte was veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €45, waardoor hoger beroep niet mogelijk was.
Het hof verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Dit arrest bevestigt de wettelijke beperking van hoger beroep tegen lichte geldboetes en verduidelijkt de toepassing van schriftelijke volmachten aan griffiemedewerkers voor het instellen van hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een geldboete van €45.